




------------------------------------
|
Contact of informatie over adverteren op deze website?
|

|
Stuur ons je fietsverhaal
Waar was je deze zomer? Waar heb je gefietst? Vertel ons en laat ons zien waar je gefietst hebt.
Stuur ons een beschrijving van de route die je hebt gereden en wat daar volgens jou bijzonder aan is.
Laat ons zie dat je daar was. Stuur ons een foto van jou op of rondom deze tocht.
Inzendingen 2010
Verhaal 1: ‘n Dagje Mont Ventoux
Verhaal 2: Mijn eerste liefde
Verhaal 3: Rondje grensstreek Duitsland-Polen–Tsjechië-Duitsland (mei 2010)
Verhaal 4: Fietsen naar Santiago de Compostela
|
|
‘n Dagje Mont Ventoux
De Provence is voor mij en m’n vrouw Truus een favoriet vakantie gebied. Al meerdere jaren brengen wij er een korte of langere vakantie door. De laatste jaren doen we dat met de caravan.
Na m’n ervaringen van voorgaande jaren met beklimmingen van de Mont Ventoux, liep ik al een poosje rond met het idee om ook toe te treden tot het corps van Clinge’s. Dit zijn fietsers die de Mont Ventoux 3 maal op 1 dag omhoog zijn gefietst. De ervaring heeft zich vorig jaar afgespeeld.
Een paar dagen na aankomst op de camping, besloot ik dat het de volgende dag moest gaan gebeuren. Truus was bereid om met de auto mee te gaan voor de verzorging. Jammer, het was
‘s morgens zwaar bewolkt. Ik had mij er helemaal op ingesteld en besloot om toch te vertrekken. Om 7.30 uur ben ik vanaf de camping op weg gegaan naar Malaucène. Truus zou later met de auto achter mij aankomen en op de top op mij wachten. De camping waar we verbleven ligt op 22 km vanaf Malaucène. Op de weg vanaf de camping kon ik de Mont Ventoux zien liggen. De top zat in de wolken, dat beloofde eigenlijk weinig goeds. Om 8.25 uur begon ik aan de eerste beklimming. Toen ik op 2/3 van de klim zat haalde Truus mij in, het was nog erg rustig. Om 10.17 uur na 1 uur en 52 minuten was ik boven. De witte toren van het weerstation komt vanaf Malaucène pas laat in zicht. Dit in tegenstelling tot de klim vanuit Bedoin, want dan is de toren vanaf Chalet Reynard wat op 6 km vanaf de top ligt al in beeld. De temperatuur boven was slechts 6 graden C. Op het laatste gedeelte van de klim waren er nog een paar sneeuwwallen langs de kant als laatste restanten van de winter. De beklimming vanuit Malaucène is 21 km. Ik drink in de auto een warme kop koffie met wat lekkers. Voor de afdaling doe ik een extra shirt met lange mouwen aan. Bij het monument van Tommy Simpson dat op plm. 1 km vanaf de top ligt ben ik gestopt. Truus heeft mij nog voor het monument vereeuwigd. Jammer dat we hier nog in de wolken staan en hierdoor het zicht vrij slecht is. Stonden er in het verleden voornamelijk alleen bloemen en bidons bij het monument. Nu lagen er zelfs diverse afgedankte binnen en buitenbanden. Ik vraag mij af of deze attributen ook ter ere van Tommy mogen zijn. In de afdaling had ik het flink koud, m’n vingers werden gevoelloos van de kou. Winterhandschoenen en nog een extra shirt waren geen overbodige luxe geweest. In de tweede helft van de afdaling begon de temperatuur weer wat op te lopen, dat gaf weer een prettig gevoel. In de afdaling kwam ik veel fietsers tegen die bezig waren met de klim vanuit Bedoin. De afdaling die door het bos heen slingert is fantastisch om weer te ervaren.

In Bedoin zochten we een plaatsje lekker in de zon. Ik droeg m’n vorig jaar aangeschafte Mont Ventoux shirt. Ik werd door een zongebruinde Nederlander aangesproken met de opmerking “zo’n shirt heb ik ook”. Ik raakte met hem aan de praat. Hij bleek 74 jaar te zijn en nog heel veel plezier aan het fietsen te beleven. Hij vertelde ook de Mont Ventoux nog op te fietsen. Ik hoop dat het mij op die leeftijd ook nog gegund zal zijn . Na mezelf weer gefoerageerd te hebben ben ik om 11.30 vertrokken voor de 21 km lange klim vanuit Bedoin. Zoals bekend gaan de eerste 6 kilometers vrij gemakkelijk. Zodra de scherpe bocht naar links zich aankondigt begint de serieuze beklimming. Vanaf hier had ik de lichtste versnelling van 30x25 hard nodig. Het fietst heerlijk door het bos in tegenstelling tot de eerste beklimming zijn er nu volop dalende fietsers. Dat er nu ook meerdere klimmende fietsers omhoog gaan gaf ook afwisseling en veelal doe je een opmerking naar elkaar. Het gedeelte kort voor en bij het passeren van Chalet Reynard is de weg wat vlakker, dat geeft de gelegenheid om even wat te recupereren. De grote witte weerstoren op de top blijkt slechts weinig zichtbaar door de flarden van bewolking. De laatste 6 km naar de top is het zogenaamde maanlandschap waar de Mont Ventoux de bijnaam “kale berg” aan de danken heeft. Je ziet de weg eindeloos omhoog slingeren, m’n snelheid komt niet veel hoger dan 8 à 9 km per uur. De laatste kilometers kreeg ik de harde tegenwind ook nog als extra tegenstander. Op het allerlaatste stukje naar het plateau moet ik volop trekkend aan m’n stuur alles op alles zetten om wat gang in de fiets te houden. Eenmaal boven duik ik direct in de auto en wordt door Truus verwend met warme koffie en lekkers van de bakker. De temperatuur is nog slechts 6 graden C. Over deze tweede beklimming heb ik 2 uur en 5 minuten gedaan.
Voor ik met de afdaling naar Sault begin doe ik een extra windshirt aan. De eerst 6 km afdaling is dezelfde steile weg als van de vorige klim. Echter bij Chalet Reynard kies ik nu voor de afslag naar Sault. Vanaf hier gaat de afdaling heel geleidelijk, er kan vrijwel voortdurend worden bijgetrapt. Deze weg naar Sault is slecht asfalt vol met scheuren, putten en reparaties. Ook nu is het een prettige ervaring dat de temperatuur in de tweede helft van de afdaling weer oploopt. Aangekomen in Sault zoeken we een lekker plaatsje in de zon om wat te eten en even m’n gemak te nemen. Om 14.55 uur begin ik aan de derde beklimming. Het eerste gedeelte vanuit Sault gaat de weg behoorlijk naar beneden.
|
De beklimming tot Chalet Reynard gaat geleidelijk. Van het slechte asfalt heb je in de klim niet zoveel last. Het grootste deel van deze klim kan ik op de 42 van de tripel rijden. Weer aangekomen bij Chalet Reynard zie ik dat de top inclusief de witte weerstoren geheel in de wolken gehuld zijn. De moed zakt enigszins in m’n schoenen om nu aan deze laatste 6 km te beginnen. Er staat een vervelende harde wind, die ik het grootste gedeelte van opzij of tegen heb. Er is voor zover ik kon zien geen fietser meer te bekennen. Af en toe kwam ik nog een voorbij flitsende dalende fietser tegen.
Voor mijn beleving duurde het dit keer eindeloos voor ik bij het monument van Tommy Simpson was, het is dan nog ruim 1 km naar de top. Vanwege de wolken en mist leek de wereld heel klein om mij heen, ik kon mij slecht oriënteren. De laatste kilometers waren echt heftig, het was koud, hoewel je daar vanwege de inspanning niet zo’n last van hebt. Door de flarden wolken en mist was het zicht inmiddels echt minimaal geworden, ik wist gelukkig wel dat de top niet ver meer kon zijn. Ik moest mede vanwege de harde tegenwind echt knokken om er een de snelheid van 7 km per uur uit te persen. Gelukkig wist ik waar ik naar toe moest rijden want inmiddels was de mist potdicht geworden. Het gegeven dat dit de laatste klimmeters waren gaf mij de kracht om vol te houden, dit was voor mij echt afpeigeren.
Eenmaal boven dook ik gelijk de auto in. Vanwege de harde wind stond de auto gewoon te schudden. Het waaide zo hard dat ik de fiets voor de zekerheid op de grond heb gelegd. Er was boven vrijwel niemand meer te bekennen. De uitbaters die hun snoep, koek en souvenirs hier proberen te slijten hadden niet meer op mij gerekend en waren al met hun handel naar betere oorden vertrokken. Bij het winkeltje was het personeel ook al bezig om de rolluiken te sluiten. Al met al geen prettige ambiance. Ik was om 16.50 boven, na 1 uur en 55 minuten van deze 26 klim kilometers vanuit Sault. Het was voor mij ondanks de minder prettige omstandigheden wel kicken dat ik het had gehaald en dat het ondanks de kou en wolken toch droog was gebleven. Wat nu nog restte was de afdaling naar Malaucène van 21 km en het laatste stuk naar de camping van 22 km. In het begin van de afdaling was het koud en slecht zicht vanwege de mist. Vanaf het moment dat ik onder de wolken uitzakte begon de temperatuur gelukkig weer op te lopen. Deze afdaling staat bekend als supersnel. Er zitten enkele stukken in van 10% met heel flauwe bochten. Als je de fiets laat gaan zonder te remmen zit je in “no time” aan de 75 km per uur. Het geeft een fantastisch gevoel hier de fiets lekker te laten gaan. Na aankomst In Malaucène heb ik m’n extra shirts bij Truus afgegeven. Op het laatste stuk naar de camping heb ik alvast m’n feestje gevierd van een geweldige fietsdag waar ik echt naar uitgekeken had. Zonder de verzorging van Truus had ik het niet kunnen realiseren. Bij haar kon ik voor de klim m’n helm en extra kleding afgeven en boven was er warme koffie, fruit en eten. De totale fietsafstand “uit en thuis” vanaf de camping was 180 km. Totaal aantal hoogtemeters 4650 m.
Na deze ervaring met eigenlijk vervelend weer, had ik toch nog zin om de Mont Ventoux vanuit Bedoin nog eens te doen met mooi zonnig weer, vanuit Bedoin staat ook als mooiste bekend. Het mocht aan het eind van dezelfde week zo zijn. Het was een prachtige dag. Ik ben ’s morgens alleen met de fiets vanaf de camping via Malaucène en de Col de Madeleine naar Bedoin gefietst. Dit is op zich al een heel mooie tocht van 42 km. Op een heerlijk zonnig terras in het centrum van Bedoin eerst lekker koffie gedronken en wat gegeten. Met lekker zonnig weer is het op en om de Mont Ventoux wel wat aangenamer. Alles ademt dan een gezellige sfeer. De klim ging helemaal naar m’n zin. De Laatste 6 kilometer naar de top leken nu wel minder zwaar, het mooie weer en de vele fietsers geeft ook afwisseling. En m’n tijd? Best tevreden, 1 uur en 55 minuten. De temperatuur was boven nu 21 gr C. De tocht naar camping was nu echt een feestje.
Dit jaar was ik met Peter Nieuwstraten weer bij de Mont Ventoux. We zijn vanuit Bedoin omhoog gefietst met prachtig weer. Peter is een klasse apart en voor mij niet bij te houden. Ondanks de prima omstandigheden was m’n tijd 2 uur. Peter had 1 uur 50 minuten nodig. Hoe dan ook, het gaat niet om de tijd, maar het plezier wat je aan het fietsen kunt beleven en dat doen we………………...
Overigens zijn er in de Provenve in de omgeving van de Mont Ventoux schitterende fietstochten te maken. Ook in het wat zuidelijker gelegen gebied (waar wij verbleven) kunnen ook met de gewone sportfiets hele mooie tochten gemaakt worden.
Voor wie belangstelling heeft voor de cijfer gegevens van de Mont Ventoux:
De top van de Mont Ventoux ligt op 1912 m.
Malaucène ligt op 377 m. de klim naar de top is 21 km, gemiddeld stijgings percentage 7,5 %. Hoogteverschil 1535 m.
Bedoin ligt op 290 m. de klim naar de top is 21 km, gemiddeld stijgings percentage 7,6 %. Hoogteverschil 1622 m.
Sault ligt op 765 m, de klim naar de top is 26 km, eerst een afdaling naar 700 m. gemiddeld stijgings percentage 4,4 %. Hoogteverschil 1212 m.
Cor Kooijman
|
|
Mijn eerste liefde
Het was in het najaar van 1998 dat ik mijn liefje voor het eerst zag. “Zelfs je naam is mooi” zoals Henk Westbroek het zong was ook op haar van toepassing. Ik zag je voor het eerst bij Klootwijk in Bolnes. Ik was perplex. De jongens konden mij niet helpen is en ik bleef staren.
“Als ik naar je kijk zie ik net een omgedraaide striptease” zingt Henk verder en zo ging het ook met jou. In gedachte kleed ik je aan met de gewenste onderdelen, de 9 speed 105 triple van Shimano net helemaal nieuw een mooi stuur, zilveren wielen, geel stuurlint, cateye teller en dat alles om jouw fantastische lichaam, de Giant TCR Once.
Eric Breukink had er ook eentje en reed er mee in de Tour de France. Oh wat was het mooi.
Het eerste ritje ging natuurlijk naar mijn moeder (die had de rekening betaald).
Daarna gingen we samen op stap. Snel als een hazewinde gingen we er vandoor, tot ruim 2 kilometer ging je harder, dan dat ik gewend was. Eén van onze eerste grote ritten was de Ronde van Vlaanderen vanuit Eede. Ook deze liefde zou niet meer overgaan. We reden naar ’t Kopske waar je stond te glimmen in de zon. Tijdens de Bruggentocht heb ik je gedragen omdat ik niet wil dat je in de modder komt. Internationaal was je ook. Ronde van Vlaanderen, Luik Bastenaken- Luik niets was je teveel. Op de plek waar het kaderplaatje hoort te zitten zat je bel.
|
Maar ja, zo al het vaker gaat met een eerste liefde er komt een tijd dat je weer wat uit elkaar gaat groeien. Interesses veranderen. We hebben nog geprobeerd het te rekken door een verandering van stijl. Van geel naar grijs met gele accenten. Het was niet meer te redden. Zo was er een leuke Duitse die luistert naar de naam “Red Bull” en toen kwam die Italiaanse “Pinarello”. Ik was weer verliefd.
Gelukkig hebben we het samen goed volbracht. “Het doet pijn maar geef je zelf een nieuwe kans, want dan krijgt je leven weer wat glans” van Clouseau is het laatste lied dat wij samen zongen. Toen ging je over naar iemand die net zo verliefd was als ik. Helaas, ik heb je nooit meer teruggezien.
Als ik nu met de Italiaanse over de Nederlandse polderwegen rij en ik zie één van je zusjes, dan geeft dat toch wel kriebels. Helemaal toen ik laatst een mailtje en een foto kreeg van een beginnende collega. Hij schreef “kijk eens wat ik nu het gevonden, dat zie er leuk uit”.
Ik kon alleen maar antwoorden “helemaal mee eens. Het is het zusje van mijn eerste liefde”
André
|
|
Verhaal 3
Praag
Rondje grensstreek Duitsland-Polen–Tsjechië-Duitsland (mei 2010)
Met de auto naar Hohnstein een dorpje in de buurt van Dresden. De fietsen in elkaar gezet, de auto goed geparkeerd . De auto blijft al die tijd op de parkeerplaats van het hotel staan. De wekker staat zoals gewoonlijk om half zeven! Na het ontbijt gaan de tassen op de fiets en we beginnen met goede moed aan de zoveelste tocht die we elk jaar samen maken. We gaan richting Sebnitz een plaatsje in de deelstaat Saksen, veel beklimmingen met een gemiddelde van 8 %. De omgeving bestaat uit veel bossen, al met al een mooi begin. We slapen ongeveer 20 km voor de Poolse grens in hotel Zamecek in Raspenava. De fietsen kunnen we in de garage kwijt, op zich heel plezierig.

De volgende dag gaan we richting Jawor en bezoeken het concentratiekamp Gross – Rosen in dit kamp bevonden zich hoofdzakelijk joden die ingezet werden in de graniet mijnen, graniet dat noodzakelijk was voor de nieuwe hoofdstad Germania van het derde rijk. Tevens deden de uitgegraven mijnen dienst als vluchtweg voor de Duitsers. In Jawor slapen we. Een stad met de bekende Friedenskerk in Barok stijl, de Stringenter uit de 14 eeuw en nog vele andere bezienswaardigheden. We gaan verder naar de stad Ziebice de bedoeling was om naar de plaats Nysa te gaan, maar door de vele steile bergen en de regen halen we het niet.
Onder weg bij de grens Polen-Tsjechië is de armoede goed te zien. Ik kom al vele jaren in Polen en dacht dat het leefklimaat beter was geworden maar dat geldt waarschijnlijk niet voor de grensstreek. De tijd werd weer 20 jaar terug gedraaid. Ziebice is een troosteloze stad en we hebben op goed geluk een hotel gevonden en wat voor één. De deur werd geopend door een van de gasten, een biertje of cola na een vermoeiende dag is niet aanwezig, Gelukkig was er een Duitser in het huis die ons wat bier verschaftte uit eigen voorraad maar dan moesten we eerst wat spullen naar zijn kamer brengen, hup trappen lopen dus. Eten dat moesten we maar afwachten, eten wat de pot schaft. Het enige voordeel was dat wij om half negen op bed lagen.

De volgende morgen wilde ik het bier afrekenen, maar dat hoefde niet. Wel moest er eerst wat voor worden gedaan. Alles de trap weer af en naar zijn wagen. Deze man had namelijk een prothese of te wel het was een heitje voor een karweitje. We naderen in de regen de stad Nysa. Na de WO II werd hier de Oder - Neisse grens als nieuwe Pools – Duitse grens vast gesteld. Onze laatste plaats is Glogoweg het plaatsje waar ik al een 20 jaar naar toe ga en we slapen dan ook bij de dokter Duda en zijn vrouw. Helaas maar voor één nacht, wegens tijd gebrek. De volgende morgen vol geladen met etenswaar, want je kan nooit weten denken zij, nemen we afscheid van de familie Duda en gaan op weg naar Klodzo in Tsjechië. We volgen een bepaalde route. Helaas na zo’n 15 km verandert deze in een bospad en zagen we de mountainbikes voorbij vliegen. Klodzo is een van de oudste steden van Tsjechië en er is veel te zien o.a. de Laat-Gotische parochiekerk, Franciscaanse kerk een Gotische brug Młynówce uit de late barok. Het hotel Marhaba is onze aankomstplaats, moe en koud zijn we en de temperatuur blijft maar dalen, Tijdens onze wel verdiend biertje, komt naar later blijkt, een zangkoor binnen en komen we aan de praat over onze tocht en waar we vandaan komen. Spontaan werd het lied tulpen uit Amsterdam ingezet.
|
De volgende morgen alweer een lekker ontbijt, Stefan gebeld en gefeliciteerd met zijn verjaardag en dan op weg naar Hradec Kralove een universiteit stad. Hier komen twee rivieren samen de Elbe en de Olice. Ook in deze stad vind je de barok stijl terug. Ook hier kan je veel kerken bezoeken wat echt de moeite waard is. Het hotel waar we slapen is nog van voor de omwenteling dus geen dubbelglas zoals bij ons. En het werd steeds kouder zo rond de vier graden en dat is geen pretje.
Met Praag in zicht is het volhouden 106 km nog en het blijf gelukkig droog we bezoeken onder weg bij Calumet een kasteel. Het kasteel Kralove Koruna Santin Michel, één van de belangrijkste barokarchitecten. De bouw van het kasteel duurde slechts drie jaren. Ter ere en nagedachtenis van de kroningsceremonie van de keizer Karel VI. Voor Praag heb je de plaats Podebrady, een kuuroord met een geneeskrachtige bron. Deze stad ligt aan de rivier de Elbe. De stad is vernoemd na Jiri van Podebrady die van 1458 tot 1471 koning was van de Bohemen. Dichtbij Praag wordt het direct drukker het is dus uit kijken. Direct een hotel en wel hotel Arlington, één van de vele hotels waar wij altijd fietsvriendelijk werden ontvangen.
De dag erop een rustdag en Praag bezocht en dus de metro in. Een rustdag, ja ja, ongeveer 22 km door de stad gelopen en veel gezien, te veel om op te noemen. Ik raad ook iedereen aan om deze stad eens te gaan bezoeken. Je moet goed op letten om met je fiets uit Praag te komen en het idee is om gewoon een trambaan te volgen die naar onze bestemming gaat en het werkte en zo komt de rivier Vitava in zicht. En vervolgen we onze weg naar Doksany daar bevinden zich een van de meest waardevolle kloostercomplexen in de Tsjechische Republiek. We vervolgen onze tocht naar Terezin daar bevindt zich het concentratie kamp Terresienstad, een modelkamp uit de nazitijd, zeer indrukwekkend. Achterin de stad staan de verbrandingsovens, net als in Auschwitz een bizar moment. Het kamp zelf is in een fort gebouwd.


Na dit bezoek gaan we langs de Elbe, richting Litomerice een van de oudste steden van Tsjechië, de bisschoppelijke residentie, gebouwd aan het eind van de 17e eeuw is goed te zien. Het hotel is gauw gevonden, alleen trappen lopen drie hoog goed voor de spieren .We hebben nu een kamer met een bubbelbad heerlijk na al die kilometers alleen het bed is niet super. Dus slecht geslapen. De laatste fietsdag is de temperatuur ineens 17 graden en fietsen we langs de Elbe een onderdeel van de Elberoute. Heerlijk vlak fietsen, we waren gewend tussen de vijf en negen procent, alleen de laatste 15 kilometers was het weer klimmen.
De auto stond er gelukkig nog; even ons verhaal verteld aan het hotel eigenaar de fietsen uit elkaar gehaald en ingeladen en de volgende dag naar huis.
We hebben samen al heel wat af gefietst maar ook dit is weer een heel bijzondere tocht geweest.
Rag en Harm
|
|
Fietsen naar Santiago de Compostela
Voor mij uit slingert de weg omhoog de Pyreneeën in.
De routebeschrijving geeft een klim aan van 10 km met een stijgingspercentage van 8%.
Ik zal de top halen zonder afstappen maar m'n volbepakte fiets wil duidelijk anders.
Angstvallig zorg ik ervoor een tandje over te hebben voor de moeilijke momenten.
Een maand geleden zijn we samen vertrokken bij de voordeur op weg naar Santiago.
Wat zie je veel onderweg als je met zo'n tempo door Europa reist.
Mooie steden zoals Mechelen, Tours, Chartres en Dion waar we dwars doorheen fietsen.
We bezoeken kathedralen en kastelen, kopen ons eten op de markt en komen op plaatsen waar je anders nooit komt.
De route door België is verrassend mooi, veel langs kanalen en beekjes, Frankrijk is ruim met uitgestrekte graanvelden, felgele koolzaadvelden en in het zuiden oneindige naaldboombossen.
Heel bijzonder om met de fiets aan te komen op de camping aan de Atlantische kust waar je normaal met je vouwwagen of caravan aan komt.
Als we afbuigen naar de Pyreneeën moeten we al flink klimmen maar we hebben de tijd en ook Heleen komt iedere keer weer boven.
In St. Jean du Port vlak voor de Spaanse grens wordt het klimmen Heleen toch te veel:"Ik ga naar huis maar jij gaat door".
Dat was een moeilijk moment, we hebben vier prima weken gehad en nu moet ik alleen verder.
|
Als ik na ruim een uur de top bereik komt er ook net een bus met Japanse toeristen aan.
Nadat ze elkaar allemaal op de foto hebben gezet wordt er ook van mij een foto gemaakt.
Op de eerste camping in Spanje bivakeert ook een trainingsgroep met toerfietsers copleet met volgauto's en verzorgingsgroep.
Terwijl zij aan lange tafels het eten krijgen opgedient kook ik m'n eigen potje voor m'n tent.
Het geeft mij een heerlijk gevoel van vrijheid.
De volgende morgen regent het en als ik volbepakt vertrek staan de racefietsers te schuilen bij de toiletruimte.
Voordat we vertrokken zij we gewaarschuwd voor extreme hitte op de Spaanse hoogvlakte maar bij 4 graden Cecius in de stromende regen krijg ik het zo koud dat onderkoeling dreigt.
Noord-Spanje is leeg, niets en niemand zo ver je kijken kan en dat is soms heel ver.
Maar juist die leegte en ruimte maakt het wel een echte pelgrimstocht, overgetelijk en alle tijd voor bezinning.
Vlak voor Santiago bellen twee goede vrienden dat ze in de buurt zijn.
Als ik na zes weken fietsen op het grote plein voor de kathedraal van Santiago aankom is dat een emotioneel moment.
Het is er heel druk maar ik ben wel blij dat ik dat moment kan delen met vrienden.
We kunnen samen terug zien op een prachtige tocht.
Heleen heeft gedaan wat ze zelf nooit voor mogelijk heeft gehouden: fietsen tot de Pyreneeën en de tocht door Noord-Spanje zal ik nooit vergeten.
Maarten
|
|
|
|